dinsdag 3 mei 2016

Beenwarmer, breipatroon uit 1867

Prachtige beenwarmer met een perfecte pasvorm, ook bij de knie.


Patroon
nodig: 8 lood zwarte breiwol, 1 strookje leder van 16 duim lengte, 5 duim breedte. (zie onderaan voor de uitleg van lood, duim en nog zoo wat)

beschrijving: Deze slobkous is van zwarte wol gebreid. men zet van deze, of eene andere kleur donkere wol, aan den bovenrand beginnende, 88 steken op dikke stalen breinaalden op, en breit eerst 36 toeren in de rondte, afwisselend 2 steken recht, 2 steken averecht.

Het nu volgende gedeelte van de slobkous wordt regelmatig 1 toer recht, 1 toer averecht gebreid, zoodat het als averecht gebreid voorkomt. Men werkt alzoo 26 toeren, in den 27sten toer begint de klink, die de knie vormt en in heen en teruggaande toeren geheel recht wordt gebreid. Men deelt hiervoor de 10 middelste steken van het werk af en breit hiermede in het geheel 50 toeren, waarbij men aan het einde van elken toer een van de overige steken van de slobkous mede breit, zoodat de klink in den 50sten toer 60 steken telt.

Dan breit men weder in de rondte 144 toeren afwisselend 1 toer averecht, 1 toer recht, waarbij men in den 21sten, 24sten, 27sten, 30sten, 33sten, 36sten, 39sten en 42sten toer telkens aan het begin en einde hiervan 1 steek meerdert.

Na 32 toeren er tusschen begint het minderen, dus in den 75sten toer, daar men aan het begin en einde van den toer, telkens 2 steken als 1 steek te zamen breit. Deze mindering wordt in het geheel nog 11 maal gerhaald telkens na 5 toeren er tusschen. Dan volgen er 4 toeren geheel recht, 2 toeren averecht, nogmaals 4 toeren geheel recht, bij het werken van deze laatste toeren wordt nog 2 maal geminderd.

Men breit nu 30 toeren afwisselend 2 averecht, 2 recht; dan neemt men de 38 achterste steken van het breiwerk (de mindering moet van achteren het midden van de slobkous vormen), voor den hiel af, en breit met deze heen en weder 24 toeren. Dan worden de steken van den hiel afgekant.

Men neemt nu de zijsteken van den hiel op de naalden en breit met de nog overige steken het voetblad met het gestreepte patroon als hierboven, de klink evenwel zoo, dat zij op de rechte zijde geheel recht is. Ook mindert men aan elke zijde, daar waar de steken van de klink met het voetblad te zamen komen, in elken tweeden toer eenmaal.

Als al de steken van de klink zijn gebruikt, dan breit men nog 24 toeren, waarbij men in den 18den, 20sten en 22sten toer telkens na den eersten en voor den laatsten steek eenmaal mindert.

Men neemt nu alle kantsteken in de rondte op de naalden, breit nog 4 toeren afwisselend 1 averecht, 1 recht en kant dan niet te los af. Een souspied van leder, volgens de afbeelding aangebracht, voltooit de slobkous.

Aantekeningen:
  • uit De Gracieuse van 15 november 1867, p 193
  • lood: 150 ste pond, in die tijd was dat 35 gram
  • duim: in die tijd was dat een centimeter, echt waar!
  • klink: driehoekig inzetsel in breiwerk om dat driedimensionaal vorm te geven

Geen opmerkingen:

Een reactie posten